folder Opgeslagen in Dan neem je toch een hond
Geef ons stof tot praten
Suzanne Brink comment 2 reacties access_time 2 min leestijd

Vrouw J. (zelfs de voorletter is niet echt) is gestopt met groeten. Nu ja, strikt genomen mompelt ze, als het moet, nog wel iets onverstaanbaars terug. Ze kijkt daarbij stug naar de grond of van me weg het veld in. Ze blijft ook nooit meer staan voor een hondenlulpraatje, laat staan dat ze met me meeloopt zoals nog niet eens zo heel lang geleden. Ik kan alleen gissen naar redenen.  Maar  ik heb beloofd er niet over te schrijven.

Oor aan flarden
We passeren elkaar bijna dagelijks zonder noemenswaardig groeten. En J. en ik zijn niet de enigen. Er wordt veel zwijgend gepasseerd. Maanden, jaren achtereen, tot een van de zwijgers verhuist, overlijdt of de hond doodgaat. Vrijwel altijd heeft één van de honden de ander gehapt, een oor aan flarden gescheurd of erger. Sommige hondenbazen vinden dat bij het hondenleven horen. Of zeggen: ‘Maar jij heb je hond aangelijnd. Daar kan de mijne niet tegen.’ Of: ‘Jouw hond begon. Hij gromde tegen de mijne.’

Het geeft ook rust om mensen af te kunnen strepen. Je kan nog zo on speaking terms zijn, maar zelf ben ik in elk geval geen duivelskunstenaar die zomaar uit het grondmateriaal ‘Lekker weertje’ een sprankelende conversatie weet te scheppen.  Vaak laat ik het bij groeten en reserveer sprankelen voor een paar uitverkorenen.

De hangende man
Periodiek geeft het park de mensen stof tot praten. Een festival waarvoor ons –  O schande!  – de toegang tot een deel van het park ontzegd wordt, een repeterende toneelgroep die trouwe parkbezoekers negeert, slapende zwervers in het park of laatst iets veel ergers. Iemand had zich op zondagochtend opgehangen aan een boompje in het park bij het water. Een hondeneigenaar ontdekte de hangende man, krap een uur nadat ik er had gelopen.

Dan praat je wel, zelfs met mensen die je al tien jaar zwijgend passeert. De nieuwsgierigheid en verbijstering winnen het van gewoontes en vetes.
Even tenminste, een week. Daarna hebben we eensgezind de draad van het zwijgen weer opgepakt.

Geef een reactie

  1. Mooi verwoord. Herkenbaar ook, je ziet het overal. In de trein begroet men elkaar ook nauwelijks. We veranderen het alleen van onderaf. Dus door zelf anders te doen dan de maatschappij.

    Laat ik zelf eens beginnen door in ieder geval vriendelijk te knikken in de trein. Daarna volgt een hallo, waaruit misschien een gesprek rolt. Als iedereen dit doet, wordt de wereld vast een beetje vriendelijker.