folder Opgeslagen in Dan neem je toch een hond
's Nachts in het Beatrixpark ken ik geen vrees
Suzanne Brink comment 0 reacties access_time 2 min leestijd

Het laatste rondje. Twee maanden per jaar is het licht. De andere tien is het donker. In de verte schijnt licht achter ramen. De huizen zijn achter een dijkje gebouwd. Tussen hen en mij een sportveld met daarnaast een sloot die is afgezet met een hek. Een gated community die de tv harder zet als in het park het mes in iemand wordt gezet. 

Bodyguard

Maar ik ben niet bang. Dat komt door Rufus. Ik ben zijn bodyguard. ‘s Nachts in het Beatrixpark heb ik geen vrees omdat ik geen vrees mag hebben.  Ik tuur naar beweging in de duistere verte. Een grote hond, een zwarte hond. Is het X. die eigenlijk niet meer los mag lopen omdat hij zo vaak en graag in andere honden hapt? Een onbekende rottweiler? Terwijl Rufus plast over plasjes van honden die over plasjes van andere honden hebben geplast, zet ik me schrap. Ik zal de achterpoten van de rottweiler pakken, ik zal hem schoppen, zijn bek uit elkaar trekken. Ik geef mijn armen, benen, gezicht en mijn leven als hij Rufus maar heel laat.
Ik hoor schreeuwende mannen, het gekletter van metaal, vuurwerk in alle seizoenen. Ik weet dat ze me op staan te wachten, verveeld en dronken, en dat ze op het op mijn hond hebben begrepen. Ik ga voor Rufus staan, maak me groot, rechte schouders. Als ze messen hebben, schop ik die uit hun handen. Ik ben de sterkste vrouw op aarde.

Ik ben de bodyguard van mijn hond

Cirkelgang

Meestal blijft het bij een ‘goedenavond’. Het enige wat echt spannend is, is of Rufus poept en het niet een hele nacht op zal hoeven houden. Die opluchting, als hij zijn rondje inzet, drie keer met het kontje boven de beoogde plek rondcirkelt en zijn last laat vallen. Dat is geluk. Daar doe je het allemaal voor.

Laat weten dat je dit leuk vond!

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: