folder Opgeslagen in Troostkoper
De ontbrekende helft
Suzanne Brink comment 0 reacties access_time 1 min leestijd

Van mensen die te horen krijgen dat ze ongeneeslijk ziek zijn valt vaak een last van de schouders, hoorde ik eens. Hypotheek, die nare collega, aanhikken tegen de tuin die altijd nog eens gedaan moet worden, dat hoeft allemaal niet meer. Ik kan me daar veel bij voorstellen. Ik kwam vederlicht de bioscoop uit na het zien van Melancholia. Ik tobde over hoe ik iets moest aanpakken en dat is overbodig als de aarde morgen door een planeet geramd wordt.
Zwarte wolkjes regeren mijn dagen. Ik hik weken tegen een artikel aan, ben euforisch als het af is en nog geen twee uur later maak ik me zorgen over een opmerking die ik krijg bij de kapper, een feestje waar ik geen zin in heb, de ontstoken ogen van mijn hond of de rode giro. Altijd wat.
Daarom is op vakantie gaan om helemaal niets te doen en te ontspannen niet erg effectief. (Zie Alain de Botton: de kunst van het reizen) Zorgeloosheid is een eiland dat niet bestaat. (Tegeltje)
Nu ben ik een oorbel kwijt. Hij kan overal zijn, maar is nergens. Ik heb de maakster, Hester Zagt, gevraagd of zij er nog een of twee heeft. Ze zou kijken. En als ik hem dan terug heb ben ik gek van vreugde.
Maar lang zal dat niet duren.
Gelukkig kan ik er om lachen.

Geef een reactie