folder Opgeslagen in Troostkoper
Appels van een schele meneer met x-benen
Suzanne Brink comment 0 reacties access_time 1 min leestijd

‘Ja meneer, ik neem die wrap zelf ook weleens voor de lunch en ik krijg hem ook nooit op’, zei de jongen keurig, terwijl hij het halfvolle bord van W. weghaalde.
Even daarvoor had ik nog gezegd dat het me leuk leek om als 17 á 18-jarige in theehuis Rhijnauwen te werken. Maar ineens werd het me teveel. Toen we vertrokken stonden alle obers en oberessen in gelid en zeiden met afwezige ogen: ‘Prettige dag nog hoor’. Alsof we hun opa en oma waren ofzo. Ik weet niet hoe ik daar op moet reageren. Ga een bushokje in elkaar tremmen. Ik voelde me rommelig en sleets.
Buiten op het grind stond nog steeds de schele meneer met zijn appels. Inmiddels had hij al zijn appels in plastic zakjes gedaan. Hij groette ons vriendelijk, handen in de zakken. Hij wiebelde raar heen en weer. Die zou van zijn leven het theehuis niet binnen mogen. Lekkere appels hoor, zei hij. Hij miste een tand en had X-benen, maar zijn ogen straalden.
Dankbaar reikte ik naar mijn portemonnee. Daarna nog wel vijf kilometer met een snijdend zakje in mijn handen gelopen, maar het was het dubbel en dwars waard.

Laat weten dat je dit leuk vond!

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: