folder Opgeslagen in Troostkoper
In galop met paardenworst
Suzanne Brink comment 0 reacties access_time 1 min leestijd

Ik heb hier wel eens eerder gerept van mijn middenstanderschuwheidheid geloof ik. Anders moest ik dat maar eens snel doen. Mijn middenstanderschuwheid is onderdeel van een groter complex van mensenschuwheid. Ik wil gewoon geen contact. Of jawel, maar alleen op bepaalde dagen. Niet per se altijd als ik trek heb in een paardenworst.
Onze slager is een veelbekroonde worstmagiër. Zijn muren hangen vol met oorkondes en worstenmakersprijzen. Hij beheerst nog het echte ambacht en houdt er overeenkomstige oude ideeën over sluitingstijden op na. Een huisvrouw moet tussen 8 en 5 haar boodschapjes doen. De enige vernieuwing sinds 1830 is dat hij kant-en-klare maaltijden verkoopt. In zijn erwtensoep moet je de erwten tussen de hompen varkensvlees uitpeuteren.
Maar alsof al deze lovenswaardige kwaliteiten niet al genoeg zouden zijn voor een mens is onze slager ook nog eens een markante grapjas. Hij heeft een crew om zich heen verzameld met hetzelfde gevoel voor humor, dus als je boodschappen gaat doen moet je goed uitgeslapen zijn.
De eerste keer dat ik een paardenworst ging kopen zei hij: ‘Je gaat er wel van galopperen hoor. Wij gebruiken alleen maar renpaarden. Deze was toch van dat paard van Anky van Grunsven, Sien?’
Dat was leuk. En tot nog toe maakt hij steeds nieuwe grapjes. Maar ik vrees de dag dat hij door de mand valt. Ik denk dat mijn middenstanderschuwheid te maken heeft met die grote angst voor grapjes die altijd gemaakt worden.
Misschien komt dat doordat driekwart van de vaste klanten Alzheimer heeft.

Geef een reactie