folder Opgeslagen in Troostkoper
De Balkonoorlog 3: Bloed
Suzanne Brink comment 0 reacties access_time 2 min leestijd

‘Reeeeex’ hoor ik. ‘Reeeeeeeex.’ Mijn eerste gedachte: de hond heeft iemand verscheurd. Als ik de deur openmaak liggen links en rechts hompen vlees verspreid over de treden.
Maar dat is het niet.
Tims deur is aan diggelen. Niet alleen het glas ligt eruit. Het hout is er ook uit getrapt. Tim strompelt de trap op, houdt de hond vast aan zijn halsband. Over Tims rug sijpelen straaltjes bloed. Het meisje van beneden belt al met de politie. Die wil Tim zelf spreken. ‘Als jullie komen wil ik praten’, zegt hij.
Het duurt niet lang voor we sirenes horen. In de tussentijd staan wij met een paar buren en Tim en zijn hond en de kat in de hal. Beurtelings zeggen we dingen waar niemand op ingaat.
‘Ik heb een EHBO-diploma.’
‘Kan ik al weg?’
‘Zal ik een bezem pakken?’
‘De dader had een roze T-shirt aan’ beweert de buurjongen. ‘Nee, een grijs’, denkt het buurmeisje.
‘Het waren er twee en ze waren getint’, aldus de moeder van het buurmeisje.
‘Ach, welnee mam.’
Het zou gaan om de gewelddadige vriend van een meisje dat Tim ‘onder zijn hoede’ had genomen. Als de politie is gearriveerd belt Tim zijn moeder, maar die moet overgehaald worden. Hij smeekt: ‘Een uur. Een half uur?’
Een ambulance haalt hem op omdat hij gehecht moet worden. Anderhalve uur later gaat de bel: Tim op de stoep om te bedanken. Heel netjes, een modeljongere eigenlijk. Als ik vraag of hij niet bang is om weer in zijn huis te slapen, zegt hij: ‘Ik zal wel moeten he. Ik kan nergens heen.’
Even verderop staat een soort maatschappelijk werkster.
Wordt vervolgd. Ben ik bang.

Geef een reactie