folder Opgeslagen in Als ik moeder was
Als ik moeder was zag ik het verdriet
Suzanne Brink comment 0 reacties access_time 3 min leestijd

Als ik moeder was geworden via IVF snapte ik kinderloze mensen heel goed. In de periode dat ik IVF deed had ik Elvira leren kennen. Anderen snapten niks van termen als ‘terugplaatsing’ en ‘punctie’. Ze wilden het niet weten. Hun blik schoot op zwart als ik het over spuiten had. Alleen Elvira wist hoeveel eitjes ik had en hoeveel Gonal F ik spoot. Alleen zij wist dat ik hartje zomer een blauwe plek in mijn bovenarm had omdat ik bij het bloedprikken in mijn ader was geprikt. Dat ik met lange mouwen liep omdat ik geen zin had in vragen.

Andere vriendschappen raakten in het slop. De ene vriendin zei: ‘ik zou geadopteerd hebben’ en de andere stelde ongevraagd dat er toch zeker wel meer was in het leven dan kinderen krijgen. Samen vloekten en tierden Elvira over al dat onbegrip. We mailden of belden dagelijks.

Het was lastig dat ik zwanger werd en zij niet. Ik voelde me schuldig en probeerde het leed voor haar zoveel mogelijk te beperken. Met het geboortekaartje van Kind 1 stuurde ik een troostende cd mee. Op verjaardagen hield ik haar in de gaten. Ik redde haar als mijn buurvrouwen haar tussen zich inklemden en leegliepen over hun kleuters. Dan vroeg ik snel: ‘En hoe is het op je werk?’ Zij begon me minder te bellen en te mailen maar ik bleef tegen de klippen op contact zoeken. Op moederdag kocht ik altijd pioenrozen voor haar: ‘Sterkte met je gemis.’

De schaarse keren dat we elkaar nog zagen liet ze me foto’s zien van haar en haar man in het zoveelste sjieke restaurant met kaasjes en Pedro Ximinez Sherry. Of van haar op de schommelbank met glanzende olijfjes op hun kolossale dakterras. Maar mij leidde ze niet om de tuin. Ik zag het diepe verdriet achter die stralende lach. Ik dacht dan: Je kan nog zo best doen om te lachen, maar echt gelukkig word je nooit meer. Ondanks je fijne zus, je man die na zoveel jaar huwelijk nog steeds verliefd op je is en die baan waarin je al je creativiteit kwijt kan. Ik had ook haar tragische leven kunnen hebben. ‘s Avonds gaf ik mijn kinderen een extra zoen. ‘Vergeet nooit hoe blij mammie met jullie is.’

Op een dag belde Elvira. Ik had haar aangeboden om ter gelegenheid van haar veertigste verjaardag een week mijn droomleven te leiden. Ze mocht een hele week moedertje spelen over Kind 1 en Kind 2. Elvira zei: ‘Wat denk je wel niet.’ Ze maakte me uit voor doof en blind en zei dat mijn medelijden kwetsender was dan alle rare opmerkingen die ze in haar ivf-tijd gehoord had bij elkaar.

Ik huilde nadat we op hadden gehangen, natuurlijk, maar direct daarop vermande ik me. Ik had een gapende wond aan de lijn gehad. Elvira had het duidelijk nog niet verwerkt.

Geef een reactie