folder Opgeslagen in Troostkoper
Mijn park/stad/provincie/land/wereld
Suzanne Brink comment 0 reacties access_time 2 min leestijd

Ik heb geen stad. Voor mij geen ‘Utereg, m’m stadsie’. Ik ben een mengsel van woonplaatsen en dialecten. Ik mag dan 26 jaar in Utrecht wonen, tegenover een geboren en getogen Utrechter ben ik rechtenloze import. Maar sinds een jaar heb ik, vind ik, wel een park. Met de hond maak ik minstens een keer per dag een rondje. Dan komen we bekende honden met bazen tegen. Het park is van hen en van mij en van de daklozen met en zonder tent die er regelmatig overnachten. We zijn er met slecht weer en met mooi weer en we kennen elk hoekje en gaatje.
Niet iedereen weet dat het park van ons is. Op tropendagen wandelen ineens luitjes met picknickmanden door het park. Soms kijken die link naar onschuldige hondjes, barbecuevorken al in de aanslag. Maar als ze geen honden kunnen luchten, moeten ze met die strokenjurken en lollige Hema-kleedjes van ze maar naar een van de vele hondvrije parken elders. Vind ik.
Pas stond er ineens een bouwkeet bij het water. ‘Er komt een koffietentje met terras’, gokte de baas van Freek en Sushi, die elke ochtend vanuit Hoograven haar ronde komt doen. Een paar uur later reden tractoren en sleepwagens met dixies, hekken, tenten en kluisjes af en aan. De wildste verhalen deden de ronde. En ja, het hebben van een park kreeg een nieuwe dimensie. Elke ronde werd ik pissiger omdat ik niet gevraagd was wat ik daar helemaal van vond, dixies, tenten en kluisjes in MIJN park. Hekken bovendien eromheen. Ik kon niet eens vrijelijk mijn eigen park in en uitlopen! Waarom deden die lui dat niet in hun eigen park! En dan zeker met dikke auto’s de zoden naar god rijden.
Ik verzonk in een vicieuze cirkel van achtergestelde burgermoppers en het was maar goed dat ik naar de kapper moest want anders was het misschien nooit meer goed gekomen. ‘Een lief, nieuw festival’, was volgens kapster M. het Kleurenblindfestival. Met allemaal jongeren die op de fiets kwamen.
Zijzelf had trouwens meer reden tot klagen. Haar rasechte Utrechtse straat is de enige in Utrecht met een vergunning om DRIE DAGEN tot in de late uurtjes te feesten. En ‘feesten’ doet de dominante minderheid van de straat met keiharde Hollandse muziek. Er zijn buren die maar een week vrij van hun werk nemen omdat ze dan toch niet kunnen slapen. Ze krijgt op haar kop als ze door haar EIGEN feestelijke straat fietst. Maar over dat ‘eigen straat; valt natuurlijk te twisten, want zij is er niet geboren.
Kortgewiekt en wel, was ik na de louterende knipsessie weer volledig bereid om mijn park te delen.

Laat weten dat je dit leuk vond!

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: