folder Opgeslagen in Troostkoper
Fit-test
Suzanne Brink comment 0 reacties access_time 1 min leestijd

Het was donderdag jongstleden een slagveld bij het bedrijf waar ik werk. Er werden fit-testen gehouden en de een na de ander kwam er bedremmeld van terug. Een meneer met een enorme pens had in hun bovenarmen geknepen: ‘Zo’n jonge meid. Zonde hoor.’ Hij baseerde zich vooral op de meting van het zogeheten ‘vetpercentage’. Iets dat de sportschoolbezoeker waarschijnlijk net zo vertrouwd in de oren klinkt als ‘brood’ of ‘bril’, maar voor mij was het nieuw.
Ook ik moest een handzaam apparaatje met beide handen vastpakken om mijn vetpercentage te laten meten. Ook ik was niet een en al spier.
Vooral omdat ik ook nogal geschrokken was van mijn gewicht, dat ik minstens 10 jaar niet onder ogen heb gezien, schafte ik vandaag een weegschaal aan. Mèt vetpercentagemeter. Het verschil met de meting op het werk is aanzienlijk. Deze uitslag bevalt me een stuk beter. Mijn argwaan is gewekt. Surfend op het web stuit ik op vergelijkbare ervaringen. Vetpercentagemetingen zijn natte-vingerwerk. Bangmakerij voor niks. Volgens de consumentenbond kan je beter je tailleomvang meten.
Morgen koop ik een centimeter.

Geef een reactie