folder Opgeslagen in Dan neem je toch een hond, Troostkoper
Puppykoorts
Suzanne Brink comment 2 reacties access_time 1 min leestijd

‘Nummer 1: HOND’, stond van mijn zevende tot mijn vijftiende op mijn verlanglijstje, maar verder dan een cavia heb ik het nooit geschopt. Tien jaar geleden namen we katten, vanwege de muizen ook. Ik besloot dat ik een kattenmens was. Heerlijke autonome dieren. Zo’n hond was gedoe. Dat zat je maar aan te gapen of hij alweer met je naar buiten mocht. Het was alleen leuk als hij met je meewandelde. Heel leuk misschien?
De hond hangt al jaren in de lucht, maar toen de dokter zei dat wandelen met zo’n beestje een wondermiddel tegen stress was, ging de kogel door de kerk.
De wondere wereld van de hond. Rashonden, broodfokkers, dekreuen, BARF, bench, doggy dance, clickertraining, The dog whisperer, Martin Gaus en je hond als avatar. Het schokkendst dat ik te weten kwam, is dat zo’n pup in het begin amper alleen gelaten kan worden en maandenlang geen fatsoenlijke afstanden kan afleggen.
Over tweeenhalve week komt hij, als hij zeven weken oud is. Rufus wordt zijn naam. Het is een ‘soort’ markiesje. Vader Swiebertje en moeder Dunya zijn in elk geval erg aardige dieren, dus met zijn genen zit het wel goed. Er wacht een speciale rugzak op hem waar hij in kan liggen tukken als wij wandelingen van meer dan een kilometer willen afleggen.
Tja, ik wist ook niet dat zoiets bestond. Ik ben een heel nieuw mens aan het worden. Een hondenmens.

Geef een reactie