Mijn eerste BN-er

Mijn eerste BN-er was Manuela Kemp, die in de nineties muziekprogramma’s presenteerde voor de KRO. 
BN-ers zag ik verder alleen op tv. Ze liepen bij ons in Assen en later in Rozenburg (NH) niet over straat met een koffietje. Ze stonden niet bij mij in de Albert Heijn. (Nog steeds niet trouwens.) Mijn vrienden zijn geen BN-ers. Lang was de BN-er die het dichtste bij stond een televisiepresentatrice bij de EO want haar zus zat bij ons in de kerk.

Kip of ei 

‘Bekende Nederlanders zijn interessante mensen, anders waren ze niet bekend en daarom zijn ze leuk om te interviewen’, zei de chef-redactie van de KRO-bladen die mij de opdracht gaf Manuela Kemp te interviewen. 
Hij had meer kip of ei-issues. Hij was ervan overtuigd dat mensen in Afrika minder intelligent waren, want ze scoorden lager op IQ-testen. ‘Onze wésterse IQ-testen’, zei ik. Hij lachte schamper.
Ik had een live afspraak met Manuela Kemp in een verlaten café, eind van de middag, en de hele week daarvoor had ik er wakker van gelegen. Netjes een lijstje met vragen gemaakt. Ik had één hoofdvraag: ‘Hoe is het om BN-er te zijn?’ 
Subvragen: Hoe ben je in godsnaam in die situatie verzeild geraakt? Hoe is het om herkend te worden als je over straat gaat? Is het niet strontvervelend als je mensen ontmoet die wel weten wie jouw vriend is en waar je woont terwijl jij op jouw beurt niets van hen weet? 
Manuela was maar een paar jaar ouder dan ik. Begin dertig was ik en ik gedroeg me als een beginnend student journalistiek. Ik bekende: ‘Je bent mijn allereerste BN-er.’ 

In de rij

Het ergerlijkste aan BN-ers interviewen, wat ik daarna vaker heb gedaan, is dat ze altijd zo druk zijn en dat je ze via een woordvoerder of manager moet benaderen. Iedereen wil hen spreken. Als niet-BN-er sta je in de rij. Sommigen vinden het in die positie heerlijk om je te laten bungelen. Zo moest ik ooit wel vier of vijf afspraken met dj Rob S. maken omdat hij nooit de telefoon opnam op de afgesproken tijd. Een keer nam hij wel op en zat hij op een terras in Utrecht: ‘Het is hier heel gezellig. Kom erbij!’ 
Aanbod afgeslagen. 

Geultje

Soms ben ik jaloers op BN-ers. Als ze zeggen dat ze ergens in gerold zijn. Van het een kwam het ander en ineens hadden ze een eigen praatprogramma. En vooral als ze voor de grap een boek schrijven dat in stapels in de boekhandel ligt en waar iedereen de loftrompet over steekt omdat zij het zijn die het boek hebben geschreven. 
Ik zeg niet dat ze niks kunnen, die BN-ers. Ik denk wel altijd: jij bent ook maar toevallig op deze plek beland. Net als ik ben je een knikker die door stootjes links en rechts in een geultje is gerold. Alleen op jouw geultje staan automatisch de schijnwerpers gericht.

Manuela Kemp nam uitgebreid de tijd voor me. We zaten ruim een uur in dat café voor een stukje van 400 woorden. Als alle BN-ers zo waren, had ik misschien van het interviewen van BN-ers mijn werk gemaakt, was met ze bevriend geraakt en stond elke week met ze in de kroeg, en waren BN-ers voor mij normale mensen geworden zoals jij en ik. Een gemiste kans.

Later zei Manuela tegen de hoofdredacteur: ‘Wat een grappige redacteur was dat. Is die nieuw? Ze vroeg hoe het was om BN-er te zijn.’  

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *