Het is maandagochtend kwart voor 10. Ik zit in een zoomvergadering als het scherm van mijn telefoon oplicht. De dagbesteding van mijn moeder. Is ze weer gevallen?
Een vrouw zegt: ‘De chauffeur staat voor uw moeders deur en ze doet niet open. De telefoon geeft een ingesprektoon’.
‘Tja’, zeg ik. ‘Ik zit in Utrecht. Kan de chauffeur niet op het raam bonzen?’
‘Dat doen onze chauffeurs al.’
Ik denk dat ik gepikeerd klink. Wat verwacht de vrouw van de dagbesteding van mij? Langsgaan? Het kost mij twee uur om met het OV naar mijn moeder te gaan en dan?
‘Misschien wist u waar uw moeder was.’
Ik krijg vaker apps en telefoontjes dat mijn moeder spoorloos is. Na uren de herhaaltoets indrukken op de telefoon blijkt dan dat ze een uitje met de kerk had of was opgehaald door vrijwilligers om op de duofiets naar het Amsterdamse bos te gaan.
Denken ze dat mijn moeder al weken dood of ziek in haar huis ligt? Drie keer per dag krijgt ze thuiszorg. Er komt tafeltje-dek-je, een huishoudelijke hulp, mensen van de kerk, iemand die nieuwe bibliotheekboeken brengt, en om mijn moeders nek hangt een noodknop.
Soms denk ik dat het ergens anders omgaat, dat mij op die manier wordt ingepeperd dat ik verantwoordelijk ben voor mijn moeder, dat ik zou moeten zorgen dat ik om de hoek woon, en dat we haar dood koste wat kost moeten voorkomen, al moeten we haar daarvoor vastbinden op een stoel.
Drempel
Een tijdje geleden liep een WLZ-aanvraag voor mijn moeder en moest ik weer eens uitleggen aan een mevrouw van een zorginstantie die in mogelijkheden dacht, dat ik in Utrecht woon en geen auto heb, niet eens een rijbewijs, dat Aalsmeer een wereldreis is met het OV en ik sneller in Antwerpen zit. ‘Dan wordt het nu misschien tijd om je rijbewijs te halen’, zei de vrouw. ‘Hoe oud ben je? Dat kan nog best hoor.’
(Heb maar niks gezegd over auto-afhankelijkheid en of je dat als samenleving wel moet willen. En of ze me anders het geld voor het rijbewijs en een auto kon geven.)

Soms vraagt mijn moeder: ‘Mevrouw H, die ken je toch nog wel?’ Ze heeft het over een straat die me niets zegt, maar die me volgens haar wel iets zou moeten zeggen.
Ik heb zeven jaar in de Haarlemmermeer gewoond. Zij woont er bijna vijftig jaar. Ik heb sinds mijn twintigste nooit meer in het ouderlijk huis geslapen. Haar wereld is christelijk en verzuild: Nederlands Dagblad, EO-gids, Christelijke koren. Je fiets en auto kocht je bij een gemeentelid en als je dat niet deed werd erover gepraat. Zelfs als mijn ouders op vakantie gingen, kozen ze voor een Christelijke caravanclub. Er blijken nog steeds Gereformeerde campings en vakantieparken te zijn. Het was al heel wat dat ze met Christelijk gereformeerden omgingen terwijl ze zelf Nederlands gereformeerd waren.
Ik moet altijd een drempel over, wil ik maar zeggen.
Station Bijlmer-Arena
Pas moest ze twee keer met enige spoed naar de tandarts. De eerste keer was een vrouw bij haar uit de straat zo goed om haar te helpen. De tweede keer heeft mijn partner een auto gehuurd en is met haar gegaan. Ik ben ook een keer eerst naar haar huis gegaan met het OV om vanaf haar huis met haar met de taxi naar de oogarts te gaan. Er was een ongeluk met iemand in een rolstoel op station Bijlmer-Arena zodat ik vier uur over de terugreis heb gedaan. Niet dat ik zielig ben, maar wat is de logica? Kan dat niet anders?
Ja! Met moederruil.
Ik doe al zoiets. Iemand brengt bij mijn moeder (Christelijke) grootletterboeken van de bibliotheek en ik heb me aangemeld bij de bibliotheek in Utrecht om boeken te brengen naar een chronisch zieke vrouw bij mij in de wijk.
Dus: oproep
Is er iemand in Aalsmeer met een moeder(tante, opa of vriendin) in Utrecht die ook praktische hulp kan gebruiken? Dan koop ik af en toe een ventilator voor iemand in Utrecht en doe jij dat in Aalsmeer voor mijn moeder. Mijn moeder is een makkelijke. Ze is altijd tevreden en vriendelijk, zeurt en klaagt nooit, maakt geen ruzie. De Thuiszorg is erg positief over haar.
Ik hoop natuurlijk op een beetje leuke ruilmoeder, mag ook opa zijn, aangetrouwde achternicht of hartsvriendin, die wat hulp kan gebruiken.
De kaart

Mijn moeder is in Haarlem geboren. Op de kaart staat ‘1888’, wat natuurlijk lang voor mijn moeders geboorte was. De kaart is gestempeld in Haarlem en Maasland en geadresseerd aan Mej. J. van Berkel, Maasland, Zuidbuurt. Het is in deze reeks ‘Kaart van de Maand’ een beetje valsspelen, want ik heb (nog) geen adres. Interesse? Stuur me een bericht met of zonder Utrechtse opa, tante, moeder of hartsvriendin die hulp kan gebruiken.
P.S.1. Dank Libelle
Hoe het afliep: mijn moeder bleek aan de telefoon te zitten met de Libelle voor een lezersonderzoek en hoorde de de chauffeur van het busje niet aanbellen. Ze is alsnog apart opgehaald door de Dagopvang. Hulde.
P.S.2. Intergenerationeel kinderlozennetwerk
Mijn hoop: dat er een intergenerationeel netwerk opgezet wordt voor mensen zonder kinderen. Dat ik als kinderloze wat dingen doe voor een kinderloze oudere of chronische zieke en dat ik, mocht het ooit nodig zijn, een beroep kan doen op datzelfde netwerk.
P.S.3.. Verhuislustige academici
Is het normaal om te veronderstellen dat iedereen bij zijn ouders om de hoek woont? Niet normaal, maar ik en vele hogeropgeleiden met mij zijn wel in de minderheid. De meeste mensen blijven kennelijk in de buurt van hun geboorteplaats wonen.
Uit een artikel in Trouw uit 2016:
‘Gemiddeld genomen moeten kinderen 29,5 kilometer reizen om bij hun oudere ouders van tussen de 50 en 80 te komen. Die afstand wordt sterk bepaald door de opleiding van de kinderen. Mensen met ten hoogste vmbo of mavo wonen gemiddeld 18 kilometer van hun ouders. Academici zitten op 55,3 kilometer afstand. Dat verschil is te verklaren uit het feit dat de universiteit alleen voor grotestadskinderen om de hoek staat, en studenten na hun opleiding vaak niet meer terugkeren naar hun geboorteplaats. Bovendien verhuizen hoger opgeleiden vaker voor een baan.’