werkplek met kat

Nog steeds niet arrivé

Foto: Werkplek van niet gearriveerde schrijver

In augustus 2016 kwam mijn eerste boek uit. Ik vond dat zelf een rechtstreekse sollicitatie naar een radicaal ander leven, maar de uitgeverij raadde me sterk af mijn baan op te zeggen en temperde mijn verwachtingen van paginagrote interviews en NOS-Journaals die met mijn boek openden. Inmiddels denk ik dat een uitgeverij niet genoeg kan temperen.

Mythe 1: De redacteur met wie je kunt lezen en schrijven

Afgelopen jaar googelde ik onder meer op ‘Hoeveel aandacht van je redacteur is normaal?’ Ik dacht dat je met een redacteur uitgebreid ging lunchen met een grote salade en stevig glas wijn en diepe gesprekken voerde over je bedoelingen met de tekst. In interviews (deze bijvoorbeeld van Maartje Wortel met haar redacteur) las ik dat schrijvers en redacteuren elkaar van haver tot gort kenden en nog net niet samen op vakantie gingen. Ik had weliswaar een bovenmenselijk attente en lieve redacteur, maar heb nooit met haar bij een paar flessen wijn mijn manuscript binnenstebuiten gekeerd. Omdat het in één keer steengoed was? Mijn redacteur liep de benen onder haar gat vandaan. ‘Als je vragen hebt, kun je altijd bellen he,’ zei ze hijgend. ‘Als je me wat wilt laten lezen, stuur maar op.’ Een paar maanden voor mijn boek uitkwam, belandde ze met een verwaarloosde longontsteking in het ziekenhuis en besloot ander werk te gaan zoeken.
Mijn nieuwe redacteur probeerde ik op een borrel van de uitgeverij te spreken, maar toen ik haar gevonden had, zei één van de vele onbekende schrijvers: ‘Ik was eerst hoor.’
Op paranoïde dagen denk ik dat ik algemeen beschouwd wordt als Ambo Anthos’ grootste miskleun in 2016. Van een collega-auteur hoorde ik dat zij bang was dat haar manuscript bij de verhuizing van de uitgeverij in de kliko terecht was gekomen, zo lang duurde het voordat ze iets hoorde. De tijden zijn voorgoed voorbij dat ik dacht dat mijn redacteur handenwrijvend zat te wachten tot mijn manuscript binnenkwam en dagenlang haar mail ververste tot ik eindelijk van me liet horen en het dak eraf kon.
Ik kom gewoon op de stapel. (Maar wel die naast de slush pile)  

Artikel in de Groene uit 2010 over het slopende leven van een redacteur.
Ook een aanrader: ABC van de literaire uitgeverij van Joost Nijsen

Foto: Hans Hordijk
Mythe 2: Het grote welkom in het literaire circuit

Als ik moet kiezen tussen een gesprek met een schrijver of een willekeurige bankemployee kies ik voor een schrijver. Afgelopen jaar vond ik het bijzonder leuk om met andere debutanten van Ambo Anthos te praten over de weg die ze afgelegd hadden, de thema’s in hun werk en wat ze verwachtten van het verschijnen van ons boek. Mensen die in hetzelfde schuitje zitten, daar durfde ik mee te praten. Mijn schroom heeft me ervan weerhouden op bekende schrijvers af te stappen en te zeggen: ‘Hallo, ik heb ook een boek geschreven.’ Ik voel me geen would be schrijver meer, maar wel een would be succesvolle schrijver. Ik wil me zo min mogelijk bezig houden met de vraag waarom X en Y altijd met hun hoofd in de kranten staan en op tv verschijnen en waarom het altijd over dezelfde dode schrijvers gaat. (Zit mijn haar soms raar? Of ben ik niet literair genoeg en moet ik meer landschappen beschrijven en door de tijd hoppen?)
Succes is een vlaggetje in je kaasblokje.
Uit protest tegen gehypte schrijvers lees ik hen niet, maar grasduin in mijn kobo-plusabonnement (waar ik ook in sta!) naar andere onbekende schrijvers.
Kinderachtig, ik weet het. Persoonlijkheidstechnisch is het het beste is om me niet te veel in literaire kringen te begeven.
Of even te wachten tot ik na mijn tweede boek wél arrivé ben.

Mythe 3: Debuteren is geweldig
Grootser dan ik als biebboek
Grootser dan ik als biebboek

Geen mythe. Ik ben uit de kast als schrijver. Ik ben geworden wie ik altijd was. Ik kan nu zonder gêne vertellen dat ik in mijn vakantie niet op wintersport ga, maar aan mijn boek schrijf. Mijn talenten zijn herkend en beloond. Ik ben bevrijd van een eerste boek dat eeuwen als een baksteen op mijn maag lag en kan verlicht aan een tweede boek schrijven. Ik moet het allemaal nog steeds zelf doen, schrijven en schrappen, personages tot leven brengen en zo nodig vermoorden, maar het voelt minder als water naar de zee dragen. Er zijn mensen die plezier beleven aan mijn boeken. Mijn boek heeft in boekwinkels gelegen en is te leen in bibliotheken.

Verder:
-De boekpresentatie was het leukste feest wat ik de laatste vijf jaar heb gegeven.
-Artikelen in het blad Schrijven over hoe ingewikkeld het is om een uitgever te vinden lees ik helemaal stuk.  

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *