De krakende schedel gaf de doorslag

Ik wilde W. die op de bank zat een zoen geven, liep naar hem toe en boog mij voorover toen ik met mijn blote voet op iets krakends stapte. Het was de schedel van een vergiftigde muis. Het was de eerste en laatste keer dat ik hysterisch heb gegild.

Keutels
We aarzelden al een tijdje over een kat. Als we op het balkon zaten vlogen de muizen over de muren, overal lagen muizenkeutels en in een la hadden we een nestje gevonden. Maar een kat, tja. In mijn oude studentenhuis hadden we een kat gehad die je ’s nacht in je kuiten greep als je de trap afliep om naar de wc te gaan. Wat als we weg wilden. En je huis en kleren zaten direct onder de haren.

Logées
De krakende schedel gaf de doorslag. In het Utrechts asiel zochten we een kat die niet uithaalde.  Het werden er twee. Toen we Joop en Hannes (toen nog: Jopie en Hans) mee naar huis hadden genomen kropen ze onder de bank en weigerden er onder uit te komen. Alsof je logees hebt die nooit meer weg gaan. Ik voelde vierentwintig uur per dag vreemde ogen op me gericht van wezens die niet gelukkig waren, maar die ik gelukkig moest maken. Ik was blij als ik even de deur uit kon.

Waaghals
Maar vanaf dag 1 hielp het tegen muizen. Preventief al. Het ging als een lopend vuurtje door de muizengemeenschap dat wij katten hadden. De enkele waaghals die dat wilde checken, eindigde bungelend tussen Joops dan wel Hannes’ kattenpootjes.

En dan word je vanzelf ook wat ze een ‘kattenmens’ noemen. Iemand die een huis zonder iets voor op schoot of in de vensterbank kaal vindt en drie keer daags hard moet lachen om een kat in katzwijm of in een te klein doosje.
Het enige pluspunt van een huis zonder katten is dat er geen dierlijke haren op de bank liggen.  Als ze ons huis net zo goed zouden poetsen als zichzelf, zouden ze perfect zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *